Column van Gijs Scholten van Aschat in Boekman 117, tijdschrift over trends in kunst en cultuur, over extra financiering voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een vraaggesprek met minister-president Rutte.

Minister-president Mark Rutte heeft een maatregel aangekondigd waarvan niemand had durven dromen. Deze maatregel was niet opgenomen in het regeerakkoord, noch in de verkiezingsprogramma’s van de coalitiepartijen. Verslaggevers en politiek commentatoren hebben dit daarom niet kunnen voorzien. Vanaf nu gaat er 2 miljard extra structureel naar Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hoe is het mogelijk?

Het was niet aangekondigd, dus het kiesvolk, het schorriemorrie, kon er niet over stemmen; wat het nog vreemder maakt. Sterker nog: er was geen lobby! Kunstenaars, wetenschappers en leraren hebben niet geprobeerd de heer Rutte onder druk te zetten. Ook hebben ze niet de middelen en argumenten ingezet die andere partijen menen te mogen gebruiken: Als u dit niet doet zijn we weg en ziet u ons nooit meer terug! We verhuizen de kunsten en wetenschap naar het buitenland, waar het wel wordt gewaardeerd! Niets van dit alles. 

Hoe is de heer Rutte dan tot dit inzicht gekomen? Wie heeft hem dit ingefluisterd? Het Rijksmuseum? Robbert Dijkgraaf? Het Concertgebouworkest? Ze houden allen de lippen stijf op elkaar. Het is werkelijk een raadsel hoe deze maatregel als een Deus ex machina zo de financiële plannen van het kabinet is binnen komen zeilen. Voor de andere coalitiepartijen was het even als het doorslikken van een meloen, maar goed, ze konden niet anders.

2 miljard – echt waar! Journalisten, Kamerleden, zelfs zijn partijgenoten kennen niet de ware reden van de omslag bij Rutte. Daarom vroegen wij van de Boekmanstichting belet bij het torentje en zowaar kregen we onze premier te spreken. Niet op het torentje, de premier verkoos  liever een kleine kamer in het Mauritshuis waar we plaatsnemen onder Rozen in een glazen vaas van Jacob van Hulsdonck  - een recente aanwinst van het museum.

"Het lijkt wel of je ze ruikt,” zegt Rutte kijkend naar het prachtige werk, “ik kom hier zo graag, en misschien heeft dat ook bijgedragen aan mijn besluit."

B:"Hoe bent u tot dit voor velen verrassende inzicht gekomen?"

R: “Ik moet u zeggen dat ik in het zomerreces een kleine inzinking heb gehad. Misschien had het te maken met de jarenlange druk die ik heb ondervonden en het feit dat ik er in mijn thuissituatie toch alleen voor sta."

B: "Een burn-out?"

R: “Ik heb het nog nooit gehad, dus kan ik er geen naam voor verzinnen. Laat ik het zo zeggen: ik twijfelde aan het nut van alles. Waarom doe ik dit? En waar leidt het toe? Enige troost vond ik toen in mijn pianospel. Ook maakte ik lange wandelingen door Nederland en probeerde bij mijzelf na te gaan wat mij nu eigenlijk echt beroert.”

B: "En waar kwam u op uit?"

R:" Ik dacht twee dingen: Wat is Nederland eigenlijk, zeker als je het vergelijkt met andere landen, een prachtig vormgegeven land en wat is de beste manier om dat te behouden zonder terug te gaan naar de jaren vijftig? En wat is voor mij persoonlijk nou van wezenlijk belang?

Ik ben gevormd door een aantal mensen in het Onderwijs die er duidelijk bovenuit staken. En de muziek is voor mij altijd schoonheid, troost en zielenheil geweest. Opeens realiseerde ik me dat de aantrekkingskracht van Nederland? voor veel mensen die zich hier graag  willen vestigen, of het nou bedrijven of personen zijn, ligt in die twee elementen: Onderwijs en Cultuur. Willen wij het peil behouden, nee verbeteren, dan zijn dat twee elementen die versterkt dienen te worden.

Hoger opgeleide leraren, die door betere betaling weer de pijlers van onze maatschappij kunnen worden. En gekoppeld daaraan de kunst die ons de zin van het leven laat voelen, de schoonheid van het woord, de muziek en de pracht aan schitterende werken, klassiek én modern, die in onze musea hangen. Dus wil ik dat scholen weer klein en simpel worden zonder die absurde overhead. Leraren, en liefst academici, aan het hoofd. Ik mis de muziekscholen zo. De Wetenschap zie ik als de wegbereider, de facilitator voor onze toekomst. De Wetenschap moet ervoor zorgen dat we weer voorop lopen in de wereld, bijvoorbeeld door slimme betaalbare medicijnen te ontwikkelen; moderne mobiliteit, door nieuw inventief schoon vervoer; oplossingen voor de agrarische sector, zodat de veeteelt en landbouw teruggaan naar een menselijke, of moet ik zeggen diervriendelijke, maat.”

B: "We mogen toch concluderen dat het lijkt of u uw eigen principes verloochent.”

R: "Dat ziet u verkeerd! Ik heb altijd het beste met dit land voorgehad, maar de manier om dat doel te bereiken is veranderd. Opeens werd ik overvallen door dit inzicht, noem het een visie, misschien komt het door mijn leeftijd, maar eigenlijk dacht ik: Wat is nu echt belangrijk, voor een mens, voor mij, ach eigenlijk voor heel Nederland? En au fond kan ik het niet oneens zijn met de Sociaal Economische Raad: Leraren en kunstenaars verdienen beter. Nu moet u mij excuseren, ik ga nog even langs het Residentie Orkest. Ze repeteren Mahler. Ik ga even stilletjes luisteren en na dat gehoord te hebben, kan ik er in de ministerraad weer tegenaan.”

Gijs Scholten van Aschat is voorzitter van de Akademie van Kunsten en is als acteur verbonden aan Toneelgroep Amsterdam. Hij speelde in talloze toneelstukken, films, televisieprogramma’s en -series