Column van Koert van Mensvoort in Boekman 116, tijdschrift over trends in kunst en cultuur, over nieuwe dreigingen én kansen van technologisering.

De industriële revolutie heeft onze spierkracht overbodig gemaakt. En met de huidige digitale revolutie wordt ook de cognitie uitbesteed aan machines. Wie om zich heen kijkt, ziet een zich razendsnel ontwikkelende technologisering. Een spelletje schaak of go met een supercomputer leidt geheid tot menselijk verlies. Computers kunnen sneller rekenen dan mensen, ze hebben een perfect geheugen voor exacte feitenkennis, worden nooit moe en laten zich niet afleiden door emoties. 

Met het oprukken van nieuwe technologie dienen zich nieuwe dreigingen én kansen aan. De consequenties voor onze samenleving zijn nog nauwelijks te overzien. Maar enkele voortekens doen zich voor als dreigende bliksem tegen een donkere horizon. Zo komen bestaande banen onder druk te staan. Schattingen lopen uiteen, maar volgens onderzoekers van Deloitte worden een kleine 300.000 mbo-studenten opgeleid voor banen die tegen de tijd van het afstuderen niet meer zullen bestaan (Deloitte 2016). De vraag wordt herhaaldelijk gesteld: waar leiden we nog toe op? Welke vaardigheden heeft de mens van morgen nodig?

Tussen de raderen en algoritmes

Wie de glazen bol in handen houdt en hem rustig streelt zal misschien nog niet direct zien wat de toekomst gaat brengen. Wie hem echter uit de handen laat glippen en op de grond in scherven laat vallen, heeft überhaupt geen zicht op wat komen gaat. Het is zeker niet zinloos om na te denken over wat overblijft tussen de uitdijende machinerieën van de technologisering. Kijk eens tussen de raderen en algoritmes door. Wat je dan ziet? Een grenzeloze behoefte aan menselijke verbeelding en creativiteit. Die verbeelding, bij uitstek het domein van de kunsten, is een van de weinige plekken waar de robotarmen zich nog niet toe kunnen uitstrekken.

Natuurlijk, veel pogingen zijn al gedaan om creativiteit en verbeelding met technologie te vangen. Apps worden ontworpen waarmee een achteloze gebruiker zogenaamde composities als die van niemand minder dan Bach kan componeren. En toegegeven, de resultaten zijn aardig, maar blijven onvermijdelijk ver weg van wat deze grootmeester zelf heeft gecomponeerd. De kaders voor creatie door apps en kunstmatige intelligentie worden namelijk bepaald door het palet dat Bach zelf heeft gecreëerd. Er is, met andere woorden, alleen plaats voor variatie binnen dat palet. Hetzelfde geldt voor computergegenereerde kunst. Zelfs een complex softwareprogramma als Aaron, reeds in de jaren zeventig ontworpen door de kunstenaar Harold Cohen, maakt weliswaar beelden, maar de complexiteit van de software doet zonder twijfel een hoger beroep op de menselijke verbeelding en creativiteit dan het uiteindelijke resultaat. Vaak is de door kunstmatige intelligentie gecreëerde kunst nauwelijks meer dan een ingekleurde kleurplaat. Hoe dit komt? Zodra je creativiteit gaat automatiseren is er per definitie niet langer sprake van creativiteit.

Buiten de gebaande paden

Verbeelding en creativiteit draaien om datgene wat nog niet mogelijk is, mogelijk te maken; om datgene dat gedacht werd niet te kunnen bestaan, te doen bestaan; om datgene wat een machine niet kan doen, te doen. Ware creativiteit en verbeelding, en daarmee dus ook ware kunst, treden buiten de gebaande paden, buiten het machinale; ze vermijden clichés, om ons uiteindelijk een betekenisvolle, menselijke ervaring te bieden.

Ooit was het devies: wie zekerheid wil in het leven, moet een carrière als advocaat of accountant nastreven. De dromers die naar een kunstacademie gingen, wachtte een werkeloos of op zijn best een onzeker bestaan. Een achterhaald clichématig beeld, dat lijkt te kantelen in dit tijdperk waarin onze denkkracht aan machines wordt uitbesteed. Zo zien we steeds verdergaande pogingen ons juridisch stelsel te automatiseren. Onlangs schreef een 19-jarige Engelse student een computerscript waarmee mensen zonder tussenkomst van een advocaat een bezwaarschrift tegen een parkeerboete konden indienen; er werd voor ruim een miljoen euro aan bezwaarschriften verstuurd. Ook de accountant lijkt, dankzij geavanceerde boekhoudsoftware met ingebouwde correctie en controlefuncties, zijn positie niet langer zeker.

Wie zich staande wil houden in tijden van technologisering, moet zich bekwamen in datgene dat computers nog niet goed kunnen. Waar onze reken- en denkkracht razendsnel aan computers wordt overgedragen, blijft onze verbeeldingskracht voorlopig nog buiten bereik van de slimme algoritmes. Computers kunnen opvallend weinig met menselijke kwaliteiten zoals empathie, intuïtie en improvisatie. Het merendeel van alle creatieve beroepen loopt geen groot risico te worden geautomatiseerd. Of het nu gaat om zanger, acteur, theatermaker, architect, multimedia- of gamedesigner, zij blijven voorlopig nog allen buiten de lange armen van de robotisering. Stuur je kind daarom naar de kunstacademie, theaterschool, schrijversacademie, dansacademie, modeacademie of filmacademie! Spoor hen aan een leven vol mogelijke onmogelijkheden te leiden. Laat ze de sprong wagen in wat ooit een garantie was voor onzekerheid. Ook al zal niet iedereen de volgende Paul Verhoeven, Hans van Maanen of Iris van Herpen worden, dan nog zijn de verbeelding en het creatieve denken een goede basis om de toekomst tegemoet te treden. Ouders, laat je kind kunstenaar worden!

Literatuur

Deloitte (2016) De impact van automatisering op het Nederlandse onderwijs: een verkenning op basis van data-analyse.
Amsterdam: Deloitte. (www2.deloitte.com/nl/nl/pages/data-analytics/articles/286000-studenten-volgen-een-studie-dieopleidt-tot-werk-dat-potentieelverdwijnt.html)

 

Credits lead foto: Liesbeth Bik