Datum
17.10.2017

De Akademie van Kunsten is verheugd over de stapsgewijze verhoging van het budget voor de kunsten in de komende kabinetsperiode. Met deze verhoging onderkent het kabinet de fundamentele waarde en kracht van de kunsten in en voor Nederland. Wel heeft de Akademie een aantal zorgen.

Zo deelt de Akademie de zorgen van de SER en de Raad voor Cultuur over de slechte inkomenspositie van kunstenaars. Een van de grote uitdagingen voor komende kabinetsperiode is volgens ons dan ook om samen met het kabinet te komen tot een verbetering van de inkomensposities van kunstenaars. De voorgestelde BTW-verhoging zou daarop van invloed kunnen zijn en wij hopen dan ook dat het kabinet deze maatregel nog eens tegen het licht wil houden.

De Akademie is blij met de aandacht voor talentontwikkeling en voor cultuureducatie. Tegelijkertijd maken we ons zorgen om de weinig tot de verbeelding sprekende adviezen van het kabinet. Om de jonge Nederlanders meer cultureel besef bij te brengen, volstaan een bezoek aan het Rijksmuseum of het zingen van het Wilhelmus niet. Met deze instrumenten kan het gesprek aan worden gegaan over ons gezamenlijk verleden, de goede en minder goede kanten daarvan, omdat ze deel uit maken van onze geschiedenis. Het kabinet zou zich beter kunnen opwerpen als stimulator van kunst en cultuur in brede zin in plaats van er twee uit te lichten en verplicht te stellen. Bovendien onderschat het nieuwe kabinet met haar voorstellen de creativiteit van de leerkrachten om zelf vorm te geven aan het onderwijs. Zonder twijfel heeft de cultuureducatie van de 21e eeuw meer te bieden dan een terugkeer naar volksliederen en volkscultuur. Onze samenleving heeft behoefte aan creatieve, innovatieve denkers en doeners die in de complexe vraagstukken van de toekomst een mooie uitdaging zien.

Aan de vorming van dat talent kunnen kunst en wetenschap als geen ander bijdragen. De Akademie van Kunsten ziet er naar uit om de politiek met raad en daad bij te staan.