Datum
17.05.2021

Met iedere nieuwe persconferentie zit de kunstsector op het puntje van de stoel: mag zij nu open? Musea, theaters, bioscopen, en andere kunstinstellingen zijn inmiddels maanden gesloten. En steeds weer bungelen zij achteraan en wordt de openstelling opgeschort. Ook nu weer. Na openstelling van de winkels en terrassen, gaan buitenlocaties en evenementen, sportscholen en de seksindustrie hen voor. De kunstwereld tekent in alle toonaarden protest aan.

Zo schreven kunstenaar Tinkebell en Balie-directeur Yoeri Albrecht een brief die ondertekend werd door velen uit de kunstsector.  Het is duidelijk dat de Testwet niet alleen de nekslag is voor de kunstinstellingen, het verplicht testen heeft ook desastreuze  gevolgen voor het in aanraking komen met kunst. Een dvd opzetten is echt iets anders dan het met alle zintuigen ervaren van muziek, beeldende kunst, theater en alle andere kunstvormen.

Oorverdovend stil

Wat is er aan de hand in Nederland? Waarom zijn sommige politieke partijen met veelbelovende kunst- en cultuurparagrafen in hun verkiezingsprogramma’s zo oorverdovend stil? Wordt het geluid uit de kunstwereld wel gehoord? Of is de lobby van de kunstwereld onvoldoende? Waarom zien onze volksvertegenwoordigers en beleidsuitvoerders niet dat noch de samenleving noch de instituten langer gesloten kunnen blijven? Is deze blindheid van onze politici een ideologische keuze, of vergeten zij gewoon stelselmatig de culturele sector mee te nemen in de gang naar het openstellen van de samenleving? In beide gevallen moeten we ons zorgen gaan maken.  

Intellectuele voeding

Het beeld dringt zich op dat alles wat commercieel aantrekkelijk is open mag: cafés, sportscholen, winkels en buitenlocaties. Maar wat ons intellect en onze capaciteit tot kritisch kijken, luisteren en meedenken prikkelt, zoals musea en theaters, blijft dicht. De mens bestaat niet bij consumeren alleen. Wat kunst ons biedt, zoals reflectie, gevoel van schoonheid en de wereld anders kunnen denken is wat ons mensen en de samenleving sterk maakt. Het een kan niet zonder het ander. 

Heeft kunst wel waarde in Nederland? Vanuit economisch perspectief zou je zeggen dat de waarde scherp op het netvlies van onze politici zou moeten staan. Het economische belang van de creatieve en culturele sector is 3,7 procent van het bbp (volgens cijfers CBS 2019): ruim tweemaal zo groot als dat van de landbouw. Het economische belang van onze culturele sector is dus groot. Maar waarom lijkt de geschatte waarde van kunst voor ons land dan 0 (nul) in de beleving van politici? 

Toegang

Het kabinet reserveert een miljard voor een stichting met de ironische naam Open Nederland die voor dit exorbitante bedrag eerder hindernissen opwerpt dan drempels slecht. Het geld zou beter besteed zijn aan het constructief faciliteren van toegang tot de hele samenleving zoals gratis pcr-tests, veilige, corona-proof omgevingen, goede zorg en door vaart te zetten achter een nationaal en zeker ook internationaal vaccinatiebeleid. 

Kunstinstellingen hebben alle zeilen bijgezet om het publiek in aanraking te brengen met kunst onder veilige condities. Dit leverde een schat aan ervaringen op en toonde aan dat op simpele wijze een veilige situatie kan worden gecreëerd. De Testwet maakt museumbezoek tot een hindernissenparcours voor de instellingen zelf, maar ook voor de potentiële bezoekers.  

Naar een open samenleving

Rutte gaf na het debat in de Tweede Kamer aan dat als sommige beslissingen onrechtvaardig voelen, sportscholen dan toch maar dicht moeten. Dit is willekeur en zet beroepsgroepen en belangen in de bevolking tegen elkaar op. Dat voelt niet alleen onrechtvaardig, dat is onrechtvaardig. In De Fundamenten schrijft Akademie-van-Kunstenlid Ramsey Nasr dat Van Gogh, ‘slechts’ een kunstenaar, hem door het jaar heen heeft gesleept, omdat het aan de politiek ontbreekt wat deze kunstenaar zo ruim bezit: radicaliteit en oprechtheid. De politiek zou de ervaring en verbeeldingskracht van kunstenaars en kunst- en cultuurinstellingen juist moeten gebruiken om de samenleving weer te openen in plaats van kunst en cultuur steeds verder weg te zetten. Onze kunst- en cultuurinstellingen zijn de trainingscentra bij uitstek om de wereld en complexe vraagstukken anders te kunnen bekijken. Ze bieden work-outs voor goed functionerende, weerbare democratieën: als het menselijk brein niet voldoende wordt uitgedaagd, zal het een natuurlijke neiging vertonen om vast te roesten. Een museum- of theaterbezoek kietelt de geest, traint de plasticiteit van onze hersenen. Dat hebben we nodig want we moeten alle zeilen bijzetten om de complexiteit van deze tijd tegemoet te treden. Een samenleving heeft niets aan verstokte geesten.

Daarom moet kunst aan tafel bij het OMT, omdat kunstenaars en kunstinstellingen inspirerende gesprekspartner voor politici, media en maatschappelijke organisaties zijn. Daarom is kunst in het onderwijs onmisbaar omdat het gaat over verbeelding, inzicht, denkkracht, motoriek en overdracht van ideeën – kwaliteiten die op alle terreinen in het leven niet gemist kunnen worden. En daarom moeten kunst en culturele instellingen zelf ook met een blijmoedige moed en brutaliteit de grenzen opzoeken, tarten en doorlaatbaar maken om op voortvarende wijze Nederland open te maken. 

Liesbeth Bik, voorzitter Akademie van Kunsten

 

Credit foto: Athletics-648042_1280 Andreas N via Pixabay