Datum
17.05.2018

Op 16 mei 2018 hield Gijs Scholten van Aschat een toespraak bij de lancering van het Comeniusnetwerk. Ten overstaande van een publiek van gelauwerde onderwijsinnovatoren hield hij een pleidooi voor 'de kunst van het luieren'.

Beste dames en heren, geachte aanwezigen, 

Mijn naam is Gijs Scholten van Aschat en ik ben de voorzitter van de Akademie van Kunsten.  

De Akademie van Kunsten is blij met de oprichting van het Comeniusnetwerk, omdat ook wij kunstenaars ons geregeld zorgen maken over de toekomst van ons onderwijs. 

Nu er met u, als leden van het Comeniusnetwerk, nieuwe expertise op het gebied van onderwijsinnovatie in huis komt, kunnen hopelijk nieuwe initiatieven en samenwerkingen leiden tot verbetering van ons onderwijs. En daar verheug ik me nu al op. Er zijn namelijk uitdagingen genoeg. Laat ik er hier eentje noemen. 

Ik zeg u niets nieuws wanneer ik constateer dat de student vandaag de dag gebukt gaat onder een enorme tijds- en prestatiedruk. Veel moeten en weinig mogen. Wie nu gaat studeren, wordt gevraagd de studie haast nominaal af te leggen, om daarnaast een flink aantal activiteiten te ontwikkelen en er ook nog eens een bloeiend sociaal leven op na te houden. Met oog- en oorkleppen op raast de student van vak naar vak en van punt naar punt richting de eindstreep. 

Steeds meer berichten bereiken ons over jonge mensen die normaal gesproken in de bloei van hun leven zouden moeten zijn, maar nu zijn opgebrand. Burn-outs all over the place! En dat in een periode die wellicht de meest vormende periode van je leven uitmaakt. 

Tijd om stil te staan, of, laat ik het maar gewoon zeggen: te luieren, is er niet meer bij. 

Begrijp me niet verkeerd. Ik wil hier geen pleidooi houden voor de luie, of eeuwige student. Nee. Ik wil hier een lans breken voor één van die vermogens die de mens tot unieke prestaties kan brengen; tot prestaties waar nog geen 240 studiepunten tegenop kunnen. 

Inderdaad. Het gaat om het vermogen tot niets doen, tot verveeld zijn, tot uit het raam kijken en zuchten. 

Inzicht en creativiteit zijn gebaat bij een staat van zijn waarbij er ogenschijnlijk niets gebeurt. Ik zeg ogenschijnlijk, want al starend uit het raam, mijmerend onder de douche, terwijl je door de stad fietst en geen haast hebt gebeuren er kleine wonderen. Je komt tot een inzicht, je krijgt een idee, opeens zie je iets dat je niet ziet als je ingespannen boven je boek hangt. 

Opeens doemt er iets op. 

Dichters als Baudelaire en Pessoa gingen ons hierbij al voor.
Pessoa dichtte 

Ach hoe heerlijk ach hoe licht
is het verzaken van een plicht
het boek dat voor ons ligt blijft ongelezen dicht
lezen vergt geduld
studeren stelt niets voor
de zon verguld zonder een moeilijk woord

de rivier stroomt voort uiteindelijk zonder eerste druk
en de bries die blaast zo vanzelfsprekend ochtendlijk
heeft daar ze alle tijd heeft
geen haast

In de ennui of tijdens het luieren, val je, zij het tijdelijk, buiten de tijd. 

Je ervaart even niet die tijdsdruk. Je wordt even niet gestoord door het zoveelste Facebook-bericht of appje. Het is het moment waarop creativiteit en verwondering – de twee onvoorwaardelijke pijlers van kunst, onderwijs en wetenschap – plots de vrije loop krijgen. Zo nu en dan raken zij in een innige verstrengeling en leiden dan tot bijzondere gedachten of ingevingen of inzichten. Alleen diegene die dat luieren af en toe toelaat, weet waarover ik hier spreek. Het zijn van die momenten waarbij je de schellen van de oren en ogen vallen én waarbij  je weer leert zien. 

Volgens mij ligt hier een van de uitdagingen van ons toekomstig onderwijs: 

Hoe brengen we studenten, die leven in een wereld waarin alles om aandacht schreeuwt, en waarin zij aan iedere oproep of opdracht direct gehoor moeten geven, en dat, let wel, zonder te falen, want ook dat mag niet meer opnieuw de kunst van luieren bij?

Ik nodig u van harte uit om samen met de Akademie van Kunsten verder na te denken over een nieuwe kunst van het luieren, het flaneren, het niets doen en sluit af met een fragment van de Spaanse dichter Cernuda.  

Is het, om te leven, nu werkelijk nodig zich uit de naad te werken? Was de mens maar in staat een kwartiertje rustig in zijn kamer te blijven zitten. Maar nee hoor: hij moet dit doen, dat doen, en dat andere, en nog veel meer. En ondertussen, wie neemt er dan het werk van het leven op zich? Van het leven om het leven? Van het leven om het genot van het in leven zijn, en verder niets? Kijk eens om je heen. 

Kijken en nog eens kijken. Is dat nou niets doen? Wie kijkt er eigenlijk nog naar de wereld? Wie bekijkt haar nog met een verwonderde blik? Misschien alleen de dichter nog, maar verder niemand. Een andere keer heb je gezegd dat de poëzie het woord is. En de blik dan? De blik vormt de ene vleugel, het woord de andere van de ongrijpbare vogel die de poëzie is. Niets minder dan blik en woord maken de dichter. Daar heb je dan het werk dat jouw nietsdoen vormt: het karwei van het kijken en daarna het karwei van het wachten op de komst van het woord.

Nu, kom overeind en ga naar het strand. Deze ochtend heb je met je niets doen al bijna genoeg gedaan. 

 

Credits afbeelding: Ashim D’Silva on Unsplash